Zin en onzin van de schrijfwedstrijd

Gepubliceerd op 14 augustus 2022 om 07:54

Op een dag sta je op met het briljante idee om te gaan schrijven. Je produceert twee korte verhalen en stuurt je pareltjes naar een schrijfster voor feedback. Je popelt je twee dagen rot en dan komt het verdict: je kan schrijven zonder fouten, maar je korte verhalen zijn geen verhalen maar ‘iets anders’. Niets dus. De schrijfster heeft het over spanningsbogen en karakterbogen en dan wordt het helemaal wazig voor je ogen. Maar je geeft niet op. Je plant je voeten in het zand en gaat aan de slag. Een jaar later doe je mee aan je eerste schrijfwedstrijd.

Zin en onzin van de schrijfwedstrijd

Afbeelding van StartupStockPhotos via Pixabay

Een schrijfwedstrijd?

Wat is dat? Om ter hardst schrijven? Om ter snelst schrijven? Ik wist drie jaar geleden niet eens dat het bestond. Het kwam me voor als het schrijven van een ‘opstel’ (lagere school), of een verhandeling (middelbare school). Iets waar je leraar een kleurboek van maakte vol rode strepen en kromme ellipsen en vraagtekens en uitroepingstekens. Wilde ik dat soort nachtmerrie opnieuw beleven? Het zelf-kwel-gen in je DNA krijgt echter de overhand. Je stuurt je eerste verhaal op en je behaalt een bescheiden succesje. Vanaf nu weet je het wel zeker: je wordt de volgende Libris laureaat.

Kom op als je durft

Vanaf nu ga je elke wedstrijd moeiteloos winnen. Je wordt de Lionel Messi van de roman, de Eddy Merckx van de literatuur, de Usain Bolt van het boek. De volgende twee jaar doe je mee aan 22 schrijfwedstrijden. Al snel kom je erachter dat de ene wedstrijd de andere niet is.

Een bilan

  • Eerste prijs: tweemaal, € 150 verdiend.
  • Tweede prijs: eenmaal. Het leverde me een mooie video op: Het Laatste Boek wordt hier voorgelezen door VRT radiopresentatrice Sofie Lemaire in De Standaard.
  • Een auteurscontract voor een novelle (e-book en luisterboek).
  • Een vierde plaats met publicatie in een verhalenbundel.
  • Een twaalfde plaats met publicatie in een verhalenbundel.
  • Een paar lovende woorden van Hebban lezers in het juryrapport van de Harland Awards.

Voor de rest: noppes, niet eens een bericht of een bedankje.

Je maakt wat mee

Het ergste was een Nederlandse wedstrijd met een prijs van € 500. Niet min. De beste verhalen zouden worden gepubliceerd in een bundel. Ik schreef een mooi verhaal. Al zeg ik het zelf. Het is nog altijd een van mijn lievelingen: De Notaris. Het staat als eerste in mijn verhalenbundel Met Lijf en Ziel. Bij de bekendmaking van de winnaar wordt het winnende verhaal gepubliceerd. Bij het lezen ervan gingen mijn nekharen steil overeind staan. De auteur citeerde op een bepaald moment letterlijk uit Wikipedia. Dan denk ik: doe je research, doe Wikipedia, maar doe tenminste de moeite om het te verbergen. Ik kroop verbolgen in mijn pen en schreef aan de organisator dat dit toch vrij markabel was. Ik kreeg een droog antwoord terug dat er niet gediscussieerd werd over de jurering en dat mijn verhaal ook niet weerhouden was voor de bundel.

De prijzenpot

Winnaar worden van een wedstrijd kan best wel wat geld opleveren. Zeker in Vlaanderen. De winnaar van de Grote Prijs Mariette Vanhalewijn van de stad Ninove ontvangt € 1.750. Die van de Georges Leroyprijs € 750, voor een verhaal van 100 woorden! Dat is € 7,50 per woord! Te gek voor woorden.

De pro’s van schrijfwedstrijden

Je leert schrijven in opdracht, tegen een deadline aan. Het scherpt je skills. Wat je vooral ook leert is omgaan met ontgoochelingen. Iets waar schrijvers een patent op (moeten) hebben. Stephen King noteerde elke weigering, elke ontgoocheling, op een briefje en prikte dat op een nagel in zijn kamer. Het werd een dikke prop. Tot hij ‘Carrie’ schreef, een laaiend succes, met een verfilming erbovenop. Hij was gelanceerd.

Je leert ook wat redactie inhoudt. En als je wint, verdien je een centje of verwerf je eeuwige roem.

De contra’s

Ik zie deelnemen aan schrijfwedstrijden iets waar je doorheen moet. Het grote minpunt van schrijfwedstrijden is dat ze vaak niet transparant zijn en daardoor niet eerlijk. Een goede wedstrijd zou compleet anoniem moeten zijn, wat quasi een illusie is. Ook moet de jury competent zijn, een al even grote illusie.

In de echt grote wedstrijden gaat het er toch ernstig aan toe?

Niets is minder waar. Misschien zelfs nog minder dan in de kleine wedstrijden omdat er in grote wedstrijden ook grote belangen spelen. In zijn ‘literair zelfhulpboek’ Hoe word ik een beroemd schrijver schopt Ilja Leonard Pfeijffer hierover flink wat heilige huisjes in. Een uittreksel:

In de jury’s van literaire prijzen gaat het er vaak harder aan toe dan menigeen denkt. Ieder jurylid zit daar met zijn eigen belangen, zijn eigen voorkeuren en zijn eigen lijstje van auteurs aan wie hij een vriendendienst is verschuldigd. Er wordt geknokt en er wordt soms vuil spel gespeeld. De ongeschreven regel is dat niemand daar iets van openbaart. De jury treedt uiteindelijk unaniem naar buiten met een laureaat, er wordt feestgevierd en niemand mag ooit iets vernemen van het gevecht dat daarvoor geleverd is. Met die ongeschreven regel zal ik breken.

Vervolgens geeft hij een relaas van enkele wedstrijden waarin hijzelf jurylid was. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat hij zelf haantje de voorste is om zijn laureaten voor te trekken, maar wel op basis van kwaliteit. Best een leuk boek voor beginnende schrijvers.

Conclusie

Op een bepaald moment moet je stoppen met schrijfwedstrijden. Je hebt heel wat bijgeleerd maar de speeltijd is voorbij. Dan wordt het tijd om aan het grotere werk te beginnen.

Vond je dit artikel interessant? Aarzel niet om te delen.
Of beter nog: schrijf je hieronder in voor mijn fanclub.


«   »