Stijlvol lezen en schrijven: vlotjes er doorheen

Gepubliceerd op 24 mei 2023 om 08:47

Je koopt een boek waar iedereen de mond van vol heeft. Je begint te lezen en al snel krijg je de indruk dat je door een desolaat niemandsland reist, naar een onbekende bestemming,  op een weg vol putten, bochten, kronkels, hellingen, obstakels. Je geraakt er niet doorheen. Je stopt met lezen. Je valt in slaap. De schrijver heeft er een potje van gemaakt. We hebben het over leesbaarheid.

In een interview in Humo van 20 maart 2023 stelt Connie Palmen: ‘Sommige boeken zijn nu eenmaal filmisch geschreven, dat kan toch uitstekende literatuur zijn? Alsof goede literatuur per definitie onleesbaar moet zijn. Wie dat vindt, heeft er totaal geen verstand van. Onleesbaarheid is géén criterium.

Klopt. Maar waarom zijn er dan zoveel literaire romans die gewoon niet te vreten zijn, net vanwege die onleesbaarheid? Ben ik de enige die veel van die romans oersaai slaapverwekkend geweeklaag vind? Ben ik de enige die nog liever naar de was kijkt die buiten hangt te drogen dan nog één zo’n boek te lezen?

En dan heb je andere boeken waarvan iedereen zegt: ‘In één ruk uitgelezen.’ ‘Ik kon niet stoppen.’ ‘Ik ging er vlot erdoorheen’. ‘Spijtig dat het uit is.’

Vlotheid en leesbaarheid ontstaan niet zomaar. Zelfs schrijvers met tientallen jaren ervaring, ronkende academische titels en tot de verbeelding sprekende literaire prijzen schrijven vaak onleesbare tot lachwekkende gedrochten. Zo dadelijk volgen voorbeelden.

Hoe ontstaat een tekst?

Bij een eerste ontwerp flikkert een schrijver de zinnen op papier zoals een schilder de potten verf tegen een muur kwakt. Resultaat: één gore rommel. Geen ritme, geen samenhang, geen harmonie, geen overgangen en veel te veel woorden. Bloed, zweet en tranen kost het om alles leesbaar te krijgen. Maar hoe maken we een tekst vlot zodat de lezer er doorheen glijdt? We gaan alweer te rade bij Steven Pinker.

Wie is Steven Pinker?

Steven Pinker is een Canadees-Amerikaanse psycholoog en psycholinguïst. Hij staat op tal van lijstjes van meest invloedrijke denkers ter wereld. Psycholinguïstiek bestudeert de onderlinge relatie tussen taalkundige en psychologische processen.

In Gevoel voor Stijl stelt hij zich deze vraag:

Hoe zorgen we ervoor dat lezers het onderwerp doorhebben, de essentie begrijpen, de spelers niet uit het oog verliezen en het ene idee uit het andere zien ontstaan?

1.      Parallelle structuren

In mijn artikel Stijlvol lezen en schrijven: het parallelle universum had ik het al uitgebreid over de kracht van parallelle structuren. Ik beperk me hier tot een laatste mooi voorbeeld van Kristien Hemmerechts in Ik ben Emma:

Ze gingen gebukt onder stress en nijpend slaapgebrek. Hun seksleven was chaotisch, hun huid droeg de sporen van een ongezond dieet, ze leken nooit precies te weten met wie ze nu eigenlijk een relatie hadden. Emma wist het wél: zij had met niemand een relatie, geen vaste relatie, geen losse relatie, geen seksrelatie, geen friends-with-benetitsrelatie, geen onenightstand.

2.      Eerst licht, dan zwaar

Het tweede zinnetje bij Kristien Hemmerechts is tevens een mooi voorbeeld van het principe: van licht naar zwaar. Waar hebben we het over?

Een voorbeeld. Wat scheelt er aan volgende zinnetjes:

Je zag haar nooit even wegdoezelen, ze leek zelden moe en niemand kon zich herinneren dat ze ooit ziek was geweest. Ze hield zich niet bezig met collega’s en vrienden, ze verzamelde ze om zich heen. Ze ging geen kamer binnen, ze stormde naar binnen.

Op het eerste zicht niets, maar er wringt iets. Het voelt alsof je tijdens het lezen wordt vertraagd. Alsof de schrijver gas geeft en remt tegelijk. Het komt uit De vrouw in de spiegel van Dennis Lehane. Alleen … ik wisselde de volgorde van de zinnen om.  In het echt staat er dit:

Ze ging geen kamer binnen, ze stormde naar binnen. Ze hield zich niet bezig met collega’s en vrienden, ze verzamelde ze om zich heen. Je zag haar nooit even wegdoezelen, ze leek zelden moe en niemand kon zich herinneren dat ze ooit ziek was geweest.

Hier geen remmen maar volle gas vooruit. Hoe komt dat? De auteur hanteert het principe ‘van licht naar zwaar’. Eerst de lichte woordgroepen, dan de zwaardere. Dit heeft te maken met hersenactiviteit. Onze leesprocessor slaat aan de lopende band woordgroepen op in ons werkgeheugen. Korte woordgroepen blijven langer bewaard dan lange. Bij samenhangende woordgroepen schrijf je daarom beter eerst de lichte (korte) en dan de zware (lange). Onze hersenen verteren dit veel beter.

Je zou dit principe dus ook kunnen noemen: ‘van kort naar lang’.

Dit komt uit De Parisienne. Eerst de niet gepubliceerde versie van zwaar naar licht:

Hij droeg een onberispelijk maatpak, maar door zijn ongebruikelijke postuur liep hij het risico er bij de eerste de beste windvlaag uit te waaien. Hij liep lichtjes gebogen alsof hij er zijn levensdoel van had gemaakt om de kruinen van zijn medestudenten te inspecteren op ongedierte. Hij was graatmager en bijna twee meter lang.

De uiteindelijke versie van licht naar zwaar:

Hij was graatmager en bijna twee meter lang. Hij liep lichtjes gebogen alsof hij er zijn levensdoel van had gemaakt om de kruinen van zijn medestudenten te inspecteren op ongedierte. Hij droeg een onberispelijk maatpak, maar door zijn ongebruikelijke postuur liep hij het risico er bij de eerste de beste windvlaag uit te waaien.

Veel creatieve schrijfcoaches zouden je vertellen dat driemaal een zin beginnen met ‘hij’ niet creatief is. Onzin natuurlijk. Het zijn parallelle structuren.

Nog een voorbeeld uit De Parisienne:

Sophia, woeste haardos, felrode lippen, donkere eyeliner, razend onheilspellend, het hoofd tijdens het defileren lichtjes voorover, van nature uitgerust met een stuurse blik die haar exact de gelaatsexpressie opleverde van een geroutineerde mannequin.

Eentje uit mijn kortverhaal Nevelkinderen (ook een parallelle structuur trouwens):

Er waren geluiden. Het gedempte knakken van een twijg, het klepperen van een bosduif in de kruin van een eeuwenoude eik, geritsel van grote-mensenvoeten in een zee van murmelende herfstbladeren.

Ook bij opsommingen, kan je dit principe hanteren. Dit komt uit Meisje aan de Overkant.

Foute versie: van zwaar naar licht:

De vloer lag bezaaid met glasscherven in alle maten en kleuren, sigarettenpeuken, bierviltjes en asbakken.

Van licht naar zwaar:

De vloer lag bezaaid met asbakken, bierviltjes, sigarettenpeuken en glasscherven in alle maten en kleuren.

Met dit principe van licht naar zwaar verhoog je de leesbaarheid van een tekst spectaculair. Ook het ritme wordt er stukken beter door. Hoe de schrijver het precies doet zal de lezer niet eens opvallen. Maar de lezer zal onbewust het gevoel hebben dat de tekst zeer vlot leest.

3.      Eerst oud, dan nieuw

Dit principe sluit aan bij het vorige. We leven in een tijdsdimensie, we leven van oud naar nieuw. Hanteer dit principe bij het schrijven en je tekst leest stukken vlotter.

In De gebeurtenis van Peter Terrin (shortlist van de Libris 2023) lezen we dit als eerste alinea:

Het onderzoeksteam heeft voor Juliette gekozen. Ze krijgt het nieuws twee dagen voor de test met de upload van Willem plaats zal vinden. Het vleit haar, ze hebben niet voor Femke gekozen, zijn jonge weduwe. Het voelt als een erkenning voor haar werk en voor de offers die ze heeft gebracht.

Leest dit vlot? Wat mij betreft niet. De tekst springt heen en weer tussen voltooid verleden tijd en tegenwoordige tijd. De chronologie is een potje. Er is geen samenhang. Ik raak kierewiet.

Ik herschreef de alinea met meer coherentie:

Juliette kreeg het nieuws twee dagen voor de test met Willems upload. Het onderzoeksteam verkoos háár boven Femke, zijn weduwe. Het vleit haar. Het voelt als een erkenning voor haar werk en de offers die ze bracht.

Ik plaatste de tweede zin als eerste. Hierdoor klopt de chronologie. O ja? Er was toch eerst de keuze van het onderzoeksteam? Juist. Maar die keuze verneemt ze pas na het ‘krijgen’ van het nieuws. Ze krijgt dus eerst het nieuws, en dat nieuws bevat de keuze van het onderzoeksteam. Dat is veel beter behapbaar. Eerst komt het nieuws. Welk nieuws? Het nieuws met de keuze.

Met de tweede zin heb je ook meteen een duidelijker conflict. Veel leuker toch om te lezen? En met 27% minder woorden (37 i.p.v. 51). Ik haat het om te betalen voor nutteloze woorden en verspild papier. Ik betaal niet graag 27% teveel voor een product dat al erg duur is. Vooral omdat ik er ook al belastingen voor heb betaald. Ik leg het even uit. Terzijde.

In het begin van het boek kan je lezen dat de auteur een werkbeurs ontving van Literatuur Vlaanderen. Ik zocht het even op: in 2022 werd aan Peter Terrin voor dit boek van 224 pagina’s een bedrag van € 18.900 toegekend. Dat betekent: € 84 per pagina of gemiddeld € 0,33 per woord! Ik weet niet of Peter de subsidie heeft opgenomen, want er is ook een inkomensplafond ingesteld, maar het staat in elk geval vooraan in zijn boek. Voor nieuw werk in 2023 werd hem zelfs € 19.600 toegekend.

Bovendien ontving hij een bijkomend ‘stipendium’ (kunstenaarstoelage) van uitgeverij De Bezige Bij. In een artikel van NRC van 30/03/2023 lezen we dat literaire uitgeverijen het steeds moeilijker krijgen. De Bezige Bij ontsloeg onlangs zeven medewerkers. Als De Bezige Bij literatuur blijft uitgeven die door niemand gesmaakt wordt en daarvoor nog geld uitbetaalt aan de auteur, dan zal ze niet lang meer bezig blijven. Wat lezen we verder nog in het NRC-artikel als oplossing van de uitgeverijen? De boeken nog duurder maken. Mijn haren rezen helemaal ten berge bij het lezen van dit fragment: ‘dat er vanuit de samenleving „weinig ondersteuning is” voor literatuur’. Moet de overheid nog meer geld betalen aan auteurs? Wat mij betreft mogen die werkbeurzen afgeschaft worden of tenminste anders berekend, zodat ook minder bekende auteurs een kans krijgen, want ze trekken de literatuur compleet scheef.

Sorry voor dit zijsprongetje maar het moest er even uit.

Terug naar De Gebeurtenis. Laten we eens kijken naar de tweede alinea:

Ze is opgewonden en 's avonds belt ze aan bij Rosa, haar bovenbuurvrouw. Ze hebben elkaar leren kennen in het wassalon. Om de beurt nodigen ze elkaar uit voor het aperitief, altijd op vrijdag. Het is woensdag. Ik ben het, zegt Juliette. Rosa kijkt door het spionnetje en dan schuchter om de deur. Juliette steekt de champagne die ze snel bij de Turk is gaan kopen in de lucht.

Ook hier dat heen en weer gehop vooruit en achteruit.

Aanhalingstekens en nieuwe regels voor dialogen zijn blijkbaar niet nodig. Maak het de lezer vooral niet te makkelijk. Dit is een euvel dat voorkomt in veel zogenaamde literaire romans. Ik krijg daar een punthoofd van.

Laten we dit zinnetje even nader bekijken: Rosa kijkt door het spionnetje en dan schuchter om de deur. Rosa kijkt door het spionnetje van een open deur? Maar nee, domme lezer. De deur is natuurlijk dicht. Oei. Dan kijkt Rosa schuchter om een gesloten deur?

Als je als schrijver dan toch in detail gaat, zoals literaire schrijvers plegen te doen, zorg dat alle details worden voorzien en dat de chronologie klopt. Sla dus geen details over want dat werkt op de lachspieren. Rosa moet eerst de deur openen, wil ze er schuchter omheen kunnen kijken.

De zin: Juliette steekt de champagne die ze snel bij de Turk is gaan kopen in de lucht, bevat een zinloze tangconstructie. Het feit dat ze de fles bij ‘de Turk’ is gaan kopen is niet relevant.

Overtollige adjectieven en bijwoorden:

  • Jonge weduwe: wat is jong? 18, 25, 40, 50? ‘Jonge’ mag weg want in de volgende alinea staat dat de weduwe drieënveertig jaar jonger is dan haar man.
  • Schuchter: waarom schuchter? Het is Rosa’s eigen deur. Mag weg.
  • Snel bij de Turk: mag weg.
  • Wat verder lezen we nog: mooie witte woningen. Mooi en wit zijn adjectieven die je tegenwoordig alleen bij beginners ziet.

Over de tijden. De auteur hopt voortdurend van de voltooid verleden tijd naar de tegenwoordige tijd en terug. Veel vlotter is het om als tussenstap de onvoltooid verleden tijd te gebruiken om die overgangen vlotter te maken. De dag van vandaag wil iedereen in de tegenwoordige tijd schrijven. Dat getuigt blijkbaar van ‘schrijfkennis’ of ‘schrijftalent’. Nog zo’n kenmerk van het hedendaagse zogenaamd literaire werk.

Wat wordt er precies bedoeld met: de test met de upload van Willem?

  1. Heeft Willem iets ge-upload en wordt dat getest?
  2. Wordt Willem zelf ge-upload?
  3. Of gaat het over Willems test met de upload?

Een hoop vragen die me net iets teveel en te zwaar vallen aan het begin van een boek. De schrijver bedoelt de meest onwaarschijnlijke van de drie: Willem wordt ge-upload. Het kan in elk geval veel beknopter en duidelijker: Juliette kreeg het nieuws twee dagen voor de test met Willems upload.

Uiteindelijk blijkt het over de upload van Willems brein te gaan. Dus eigenlijk mocht er staan: Juliette kreeg het nieuws twee dagen voor de test met de upload van Willems brein. Meteen is alle dubbelzinnigheid verdwenen.

Of nog eenvoudiger: Juliette kreeg het nieuws twee dagen voor de test met de upload. Kwestie van de nieuwgierigheid van de lezer te prikkelen om verder te lezen (wat voor upload?). 

Dan de woordgroep: ‘plaats zal vinden’. Waarom het werkwoord plaatsvinden splitsen? Waarom niet gewoon “zal plaatsvinden”? Of beter nog: weglaten. Deze woordgroep is absoluut overbodig. Weg ermee.

Dan zijn er nog de fragmenten met veel korte zinnetjes na elkaar. Ze doen me denken aan mijn opstelletjes in het middelbaar.

Beste Connie Palmen: dit is de reden waarom veel literaire romans onleesbaar zijn. Ik vrees dat ik nota’s zou moeten nemen om dit boek te lezen. Wat ik niet ga doen, ik ga het niet lezen en ik ga zeker geen nota’s nemen.

Laten we nog even kijken naar het boek Overal zit mens van Yves Petry, eveneens op de shortlist van de Libris 2023. Daar lees ik in de eerste alinea dit:

We ademen mens, we eten mens, we drinken mens. Geen stukje mos, geen druppel uit de zee, geen staaltje van de bodem of de eeuwige sneeuw zonder dat het miljoenen moleculen mens bevat.

Dit klinkt helemaal anders. Een mooie illustratie van een parallelle structuur en het principe ‘van licht naar zwaar’. En het gaat op hetzelfde elan verder. Lees eens het volledige inkijkexemplaar. Heel andere koek. Dit is pas vlot leesbaar.

Maar het werd Anjet Daanje die de Libris 2023 won, met Het lied van ooievaar en dromedaris. In de tweede alinea van haar inkijkexemplaar lees ik deze zin:

Zoals ze allemaal weten dat de meesten, zelfs de gelovigsten onder hen, niet heengaan zonder angst of lichamelijke vernederingen, maar ieder de mond vol heeft van hoe kalm de gestorvene zich bij Gods wil heeft neergelegd, hoe vredig, hoe troostend het was, zo weet iedereen in het dorp dat vele vrouwen na weken, soms zelfs jaren, een familielid te hebben verpleegd die allerlaatste plicht niet meer kunnen opbrengen, uit verdriet, of ze durven niet, willen niet, weten niet wat te doen.

Waarom zou je makkelijk doen als het moeilijk ook kan? Leesbaar? Nee.

4.      Aangrenzende woordgroepen

In Schrijven Magazine editie 02/2023 las ik volgende kop:

Spoken word klinkt allang niet meer alleen op kleinschalige podia in buurthuizen en bibliotheken, maar letterlijk overal.

De zin begint als het gebral van een dronkaard met een fles whisky achter de kiezen. Bovendien staan de eerste drie woorden in het vet, zodat ik ze als één woordgroep zie. Wat is dit voor een zin? Oh, nu zie ik het, de eerste twee woorden zijn Engels! Domme lezer? Nee hoor. Waarom die Engelse uitdrukking ‘spoken word’ als er een perfect Nederlands alternatief bestaat:

Het gesproken woord klinkt allang niet meer alleen op kleinschalige podia in buurthuizen en bibliotheken, maar letterlijk overal.

Ook met krantenkoppentaal is het oppassen geblazen.

300 Nederlanders worden wekelijks getroffen door een hartstilstand.

Wat erg voor mijn Nederlandse vrienden, zo’n wekelijkse hartstilstand. Moet elke week bang afwachten zijn. Dit kopje staat te lezen in het leuke boekje Man schiet niet in knie, uitgegeven door Genootschap Onze Taal. Wat scheelt eraan? Het woordje wekelijks zit net voor getroffen door hartstilstand, terwijl het de 300 Nederlanders zouden moeten zijn. Onze hersenen zijn de 300 Nederlanders al vergeten en zijn bezig met het verwerken van wekelijks en daar is die hartstilstand al. Door simpelweg de volgorde te wijzigen komt het zinnetje goed:

Wekelijks worden 300 Nederlanders getroffen door een hartstilstand.

Niet elke fout op dit principe is zo duidelijk of lachwekkend. Soms zitten ze wat verborgen. Schrijvers en redacteurs moeten daar goed op letten tijdens het verbeteren van een tekst. Nog een paar leuke voorbeelden:

Schietvereniging De Korrel mikt op nieuwe leden.

Moest er hebben gestaan: Zwemclub De Dorstige Zeemeermin mikt op nieuwe leden, was er geen vuiltje aan de lucht. Maar in de schietvereniging roepen mikken, Korrel en schieten dezelfde associaties op: neerknallen. De nieuwe leden van De Korrel is geen lang leven beschoren. Door mikt te vervangen door hoopt, is het probleem opgelost. Er is nog een tweede probleem, dat van vaak voorkomende woordcombinaties. Hier zitten er twee verborgen: mikken op nieuwe leden en op de korrel nemen. Dit soort gekende woordcombinaties kan bij onachtzaam gebruik foute betekenissen opleveren.

De ziekte is niet overdraagbaar op de mens. Besmettingen kunnen worden doorgegeven via de website van de Vogelbescherming.

Ziekte, overdraagbaar, besmettingen en doorgegeven roepen allemaal dezelfde associaties op: pandemie! Een besmettelijke ziekte doorgeven is dan weer een gekende woordcombinatie. Aan de website moesten geen besmettingen worden doorgegeven maar gevallen van besmetting.

5.      Ongewilde betekenis.

Dit brengt ons meteen tot het probleem van de ongewilde betekenis.

Uit een brief van een moeder aan haar zoon in het leger:

Lieve Jozef. Volgende week is er in het dorp een ezelkoers. Spijtig dat je er niet bij kan zijn.

Wat verkneukelen onze hersenen zich toch met grammaticaal correcte woordgroepen die zulke leuke beelden oproepen. Lieve Jozef zal maar wat blij zijn geweest dat de ezelkoers zonder hem doorging.

En wat te denken van deze krantenkop:

Met je kind praten over seks zou een stuk ethischer zijn geweest.

Nog enkele voorbeeldjes uit Man schiet niet in knie (uitleg tussen haakjes):

Klaassen treft Taylor op EK Darts (dubbelzinnige betekenis van treft).

Obama overvalt restaurant tijdens lunch met staf (dubbelzinnige betekenis van overvalt).

Kinderen met gaatjes groeien minder gezond op (tandgaatjes).

De urologen zien ongeveer 450 niersteenpatiënten per jaar, daarvan werden er in 2006 382 patiënten vergruisd (foute coherentieboog).

Er kwamen vrijwilligsters om bloemen te schikken, waarna ze aan de voorkant van de tent zijn geplaatst en een aantal is opgehangen (foute coherentieboog).

Man schiet niet in knie is overigens ook een voorbeeld van ongewilde betekenis. Het doet me denken aan dit raadseltje:

Vraag: wat is het verschil tussen een nietmachine en een grasmachine?

Antwoord: een nietmachine niet en een grasmachine niet.

6.      Akoestiek

In De vrouw in de spiegel schrijft Dennis Lehane in een emotionele dialoog dit:

‘Ik. Zou. Graag. Willen. Leven.’

Vermoedelijk de vertaling van:

‘I. Want. To. Live.’

Vier zinnetjes, vier woordjes. Met een ritme en een intonatie die je rillingen bezorgen. Vier zinnetjes? Jawel, ze zijn gescheiden door een punt. Het zijn elliptische zinnen.

In gesproken taal bestaat er zoiets als prosodie, een begrip uit de klankenleer dat te maken heeft met ritme, klemtoon, volume, toonhoogte en intonatie. In geschreven taal heb je geen volume of toonhoogte, tenzij via beschrijvende werkwoorden als ‘roepen’, ‘tieren’, enz.

Ritme en klemtoon is er wel in geschreven taal, in dialogen bijvoorbeeld. Kundige schrijvers creëren er heftige emoties mee: verdriet, spanning, humor, ontroering, verbijstering.

Je denkt direct aan leestekens zoals het vraagteken en het uitroepingsteken, maar er bestaat ook zoiets als klemtoontekens en koppeltekens.

In Meisje aan de Overkant schreef ik dit:

Met haar hand de maat slaand op tafel zei ze: ‘Hóe-kom-jíj-aan-géld,’

Het slaan van de hand, de drie klemtoontekens en vier koppeltekens creëren ritme en intonatie. Resultaat: spanning, naderend onheil.

Hoewel Nederlandse woorden hun eigen klemtonen hebben, kunnen zorgvuldig geplaatste klemtoontekens zorgen voor andere betekenissen. Neem het gekende zinnetje: ‘moet ik dat doen?’

Vier woordjes zonder noemenswaardige klemtoon. Door telkens de klemtoon te verleggen, krijg je andere betekenissen:

  1. ‘Móet ik dat doen?’ (Is dat eigenlijk nodig?)
  2. ‘Moet ík dat doen?’ (Ik!? Ben je wel goed bij je hoofd? Dat is Marie haar werk!)
  3. ‘Moet ik dát doen?’ (Sorry hoor, maar dát zit niet in mijn opdracht.)
  4. ‘Moet ik dat dóen?’ (Wat bedoel je met: ‘doen’? Ophangen? Vierendelen? Radbraken?)

Klemtonen zijn dus ook erg nuttig om dubbelzinnigheden en misverstanden te voorkomen.

7.      Leestekens

Met een geleerd woord: interpunctie. Als je het bloed vanonder de nagels van de lezer wil ergeren, plaats dan foute leestekens, plaats ze waar ze niet horen, plaats er teveel of plaats er helemaal geen. Iedereen kent wel blunders met leestekens, je vindt er genoeg op internet, zoals deze: De jongen sprong op haar, schoot en viel in slaap. Arme vrouw.

Ook hier is niet elke fout lachwekkend. Neem dit zinnetje van Peter Terrin uit De Gebeurtenis:

De halte ligt een eindje van het onderzoekscentrum, ze vindt het aangenaam om nog even in de frisse buitenlucht te zijn, zonder journalisten en camera's, tussen de mooie witte huizen die te midden van de overweldigende herfstkleuren schitteren in de zon.

Achter onderzoekscentrum hoort een punt. Door de komma lijkt het alsof de halte (vrouwelijk) het aangenaam vindt om in de frisse buitenlucht te zijn. Hoe dan ook een coherentieprobleem, zelfs met een punt. Natuurlijk snapt de lezer wel uit de context dat het over Juliette gaat, maar dat is niet de lezer zijn werk maar dat van de auteur.

In het fragment van Anjet Daanje hierboven schort er ook wat met de interpunctie:

(…) zo weet iedereen in het dorp dat vele vrouwen na weken, soms zelfs jaren, een familielid te hebben verpleegd die allerlaatste plicht niet meer kunnen opbrengen, (…)

Dat heb je met tangconstructies. Dit klinkt veel logischer:

(…) zo weet iedereen in het dorp dat vele vrouwen na weken of jaren een familielid te hebben verpleegd, die allerlaatste plicht niet meer kunnen opbrengen, (…)

Een erg onderschat leesteken dat bovendien weinig correct wordt gebruikt, is het beletselteken of de drie puntjes: … Dat zijn drie puntjes toch? Ja, geen twee, geen vier. Toch vormen ze samen maar één leesteken. Test het maar eens uit in Word: typ kort achtereen drie puntjes en druk eenmaal op backspace. De drie puntjes zijn verdwenen. Je kan het beletselteken op meerdere manieren gebruiken:

  1. Om een woord af te breken: ‘Wanneer ga je mijn liefde beant…’ (Geen spatie voor het beletselteken).
  2. Om een zin af te breken: ‘Wanneer ga je mijn liefde …’ (Spatie voor het beletselteken).
  3. Om een zin te pauzeren (een personage te laten stotteren): ‘Wanneer ga je mijn … mijn … liefde … beantwoorden?’ (Spaties voor en na het beletselteken).

Conclusie

Als ik in een restaurant € 60 uitgeef voor een driegangenmenu, begin ik graag met het voorgerecht in plaats van met het dessert, ook al zijn ze allebei even lekker. Ik word ook graag vriendelijk bejegend door het personeel zodat ik comfortabel van het diner kan genieten.

Steekt het allemaal zo nauw, Van Butsel? Wat mij betreft wel. Anders krijg je verloedering van de taal. Die is blijkbaar al goed ingezet. In de Humo van 6 februari 2023 lezen we dit:

Steeds meer docenten in het hoger onderwijs trekken aan de alarmbel over het dalende taalniveau van hun studenten. ‘Dit is een verloedering van de taal.’

In 1905 publiceerde Albert Einstein zijn befaamde artikel over de speciale relativiteitstheorie. Het beslaat amper 30 pagina's. Het bracht een revolutie teweeg in de fysica. Het is een schoolvoorbeeld van hoe een ingewikkeld concept leesbaar en begrijpelijk is opgesteld. Waarom schrijven veel gelauwerde schrijvers dan zulke onleesbare boeken over zaken die duizend maal simpeler zijn? Door onkunde. Een kundig schrijver maakt van de meest complexe zaken een boeiend geheel. Een onkundig schrijver maakt van de meest simpele zaken een onleesbare miskleun.

Vond je dit artikel interessant? Aarzel niet om je hieronder in te schrijven voor mijn fanclub.


«